Zoeken

DE POLYVAGAALTHEORIE IN EEN NOTENDOP

Ons zenuwstelsel is altijd aan het werk. Het is als het ware het programma dat zich op de achtergrond afspeelt en al onze lichaamsfuncties controleert, terwijl wij ons kunnen bezig houden met andere zaken. Samen met de hersenen bepaalt ons zenuwstelsel onze emotionele ervaring, zelfs als we dat niet willen. De polyvagaaltheorie van Stephen Porges gaat dieper in op de drie verschillende delen van ons zenuwstelsel en hersenen en hoe die onze reactie bepalen bij stress. Het is een fascinerende theorie, die verklaart hoe ons lichaam omgaat met emotionele stress en hoe essentieel lichaamswerk is bij het helen van trauma.


EEN VOORBEELD UIT HET DIERENRIJK



Dieren reageren heel instinctief, zonder gewaarzijn. Ze tonen ons hoe wij met extreme stress zouden omgaan moesten we niet zo ‘slim’ zijn. Misschien heb je al wel eens een documentaire gezien op National Geographic waarin een gazelle achterna wordt gezeten door een leeuwin. Je ziet een kudde gazelles grazen en plots kijkt er een gazelle op, op zijn hoede. De volledige kudde merkt dit op en wordt hyper alert. Op dit moment start de leeuwin de jacht en drijft een gazelle uit de kudde. Deze gazelle rent nu zo snel als hij kan (orthosympatisch zenuwstelsel) tot hij wordt gevangen door de leeuwin. Van zodra de gazelle is gevangen, verdwijnt alle kracht uit zijn lichaam en wordt hij slap, alsof hij dood is (parasympatisch zenuwstelsel). De leeuwin sleept de gazelle naar haar jongen, die wat beginnen te spelen met hun prooi. Als de leeuwin even wordt afgeleid, grijpt de gazelle zijn kans, springt recht en rent weer weg, alsof hij plots terug tot leven komt (terug naar het orthosympatisch zenuwstelstel).


Wanneer de gazelle wordt gevangen door de leeuwin, gaat hij in shutdown, zijn systeem ‘bevriest’. Wanneer hij later de kans ziet om terug weg te rennen, is het de vecht- en vluchtmodus die weer de overhand heeft. De polyvagaaltheorie bespreekt de drie verschillende reacties bij stress: verbinding, vechten/vluchten of shutdown.


DE DRIE BREINEN



Om de polyvagaaltheorie te begrijpen, is het belangrijk om eerst een blik te werpen op de evolutie van ons brein, dat doorheen de tijd steeds complexer werd.

1. Ons oerbrein of reptielenbrein is het oudste deel van ons brein. Het is gelinkt met overleving, voortplanting en instincten. Een letsel in dit deel van ons brein (bv aan de hersenstam) leidt heel snel tot (hersen)dood.

2. Ons zoogdierenbrein of emotionele brein ontwikkelde zich later en is gelinkt met hechting, emoties en sociale structuren. Terwijl reptielen solitair leefden, hadden zoogdieren elkaar immers nodig voor hun overleving.

3. Het menselijke brein / de neocortex (waaronder de prefrontale cortex) is het meest recente deel van ons brein. Het is gelinkt met onze hogere intellectuele vermogens, taalontwikkeling, gewaarzijn…


Onze ontwikkeling van baby tot volwassene volgt eenzelfde evolutie: terwijl baby’s voor hun overleving afhankelijk zijn van hun verzorgers en terugvallen op instinctieve overlevingsreacties (huilen wanneer ze honger hebben bijvoorbeeld), kunnen volwassenen beroep doen op elkaar en op hun gewaarzijn. Bij een gunstige, gezonde ontwikkeling kan ons oerbrein dus meer naar de achtergrond verdwijnen. Bij trauma, chronische stress of angstproblematiek wordt ons hogere brein of de neocortex, die gericht is op nauwkeurigheid, echter gekaapt door onze primitieve, lagere breinen, die net gericht zijn op snelheid. Onze bewuste kennis is even niet beschikbaar en we vallen terug op reflexen, instincten. Het brein kiest m.a.w. voor snelheid ten koste van nauwkeurigheid.


NEUROCEPTIE


Buiten ons bewustzijn om is ons zenuwstelsel voortdurend risico’s aan het beoordelen. Het scant de omgeving, zowel binnen als buiten het lichaam, en evalueert informatie op een niet-cognitief niveau. Porges noemt dit neuroceptie: een neurobiologisch proces dat uiteindelijk bepaalt wat als veilig of onveilig wordt ingeschat.


Wanneer de omgeving als VEILIG wordt ingeschat, kan je op een spontane, vrije manier contact maken met anderen. Je voelt je gegrond, open en veilig en je bent aanwezig in het hier & nu. Je primitievere overlevingsstructuren verdwijnen naar de achtergrond en je hogere hersenstructuren worden aangesproken, waardoor je ook toegang hebt tot hogere corticale functies, kan genieten van intimiteit en spel & je veilig kan voelen in verbinding met anderen.


Wanneer iets als ONVEILIG wordt ingeschat, zal je systeem in eerste instantie proberen om je via relaties met anderen (social engagement) terug naar veiligheid te reguleren. Denk aan een kind dat gevallen is en naar zijn moeder loopt voor troost. Wanneer dit niet lukt, zal je systeem alles in gereedheid brengen om in actie te komen. Je hartslag en je bloeddruk gaan omhoog, je handen worden klam, je voelt je angstig of boos, er wordt cortisol en adrenaline afgescheiden, je spieren spannen zich aan, je ademhaling gaat sneller, je spijsvertering wordt stilgelegd… M.a.w. alles wordt in gereedheid gebracht om te vechten tegen of te vluchten voor het (vermeende) gevaar: de fight/flight-modus. Als ook dat niet lukt, kom je in de zogenaamde freeze-modus terecht: je lichaam zet zichzelf als het ware uit. Je voelt je hulpeloos, beschaamd, depressief. Je kan niet meer helder denken. Je lichaam wordt immobiel en gaat in shut-down. Insuline en endorfines zorgen voor een verdoofd gevoel en verhogen je pijngrens. Hartslag en bloeddruk gaan omlaag, je bewustzijn verlaagt en er is geen ruimte meer voor sociaal gedrag.


Welke reactie ook – vechten, vluchten of bevriezen – het zijn reacties van ons automatisch zenuwstelsel, die we niet in de hand hebben. De hogere hersenstructuren worden uitgeschakeld en wij zijn in verdedigingsmodus. Je kan de ander niet langer gebruiken om jezelf te reguleren, want de ander lijkt bedreigend (zelfs al is er geen reëel gevaar).

Miljoenen jaren lang had de menselijke soort te dealen met levensgevaar, denk aan oorlogen, natuurrampen, hongersnood. Dit gevaar zorgde voor verbinding: de kracht van de groep maakte overleven mogelijk. In de huidige tijden ligt er een ander gevaar op de loer: sociaal gevaar, of de angst voor afwijzing, afscheiding, er niet bij horen… Dit sociaal gevaar triggert een oerangst, omdat het net de sociale verbinding was die ons vroeger deed overleven als soort.


THE WAY OUT = THE WAY IN


Veel getraumatiseerden denken impliciet dat hun lichaam iets verkeerds heeft gedaan en hen in de steek heeft gelaten. Echter: deze reacties zijn overlevingsstrategieën, die hen hebben beschermd en misschien zelfs hun leven hebben gered. De symptomen waar je last van hebt, zijn een gevolg van deze overlevingsstrategieën, die je in staat hebben gesteld om je aan te passen en te overleven.


De eerste stap naar heling = je lichaamsresponsen beter te leren begrijpen en te zien in welke staat je je bevindt: sociaal betrokken, in vecht- of vluchtmodus, of in bevriezingsmodus. Vanuit de bevriezingsmodus heb je weer in beweging te komen om terug naar het sociale betrokkenheidssysteem te bewegen.


Wil je meer weten over adem- en lichaamswerk bij trauma, aarzel dan niet om ons te contacteren.

73 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

FREEZE